referentiebeeld 5 | geriefhoutbos   referentiebeeld 6 | beukenhaag

De soorten worden geplant in driehoeksverband met een plantafstand van 1.5 meter tussen de rijen en 2 meter in de rij.

Soort (Struiklaag)
Sorbus aucuparia (Wilde lijsterbes)
Rhamnus frangula (Wegedoorn)
Viburnum opulus (Gelderse roos)
Prunus spinosa (Sleedoorn)
Crataegus monogyna (Meidoorn)
Corylus avellana (Hazelaar)
Sambucus nigra (vlier)

Mengverh.
5 %
15 %
20 %
20 %
15 %
20 %
5 %

3.5.3 Geriefhoutbos Aan de noordkant van het landgoed langs de Schaatsbaan wordt een geriefhoutbos aangeplant. Het geriefhoutbos bestaat uit een inheemse beplanting met Wilg en Els (zie streefbeeld). De verticale stammen-structuur van het geriefhoutbos ontstaat door het regelmatig terugzetten van de beplanting (zie referentiebeeld 5).

Soort (Boomlaag)
Alnus glutinosa (Zwarte els)
Salix alba (Schietwilg)

Mengverh.
50 %
50 %

De soorten worden geplant in driehoeksverband met een plantafstand van 1.5 meter tussen de rijen en 2 meter in de rij.

 

3.5.4 Laanbomen/solitaire bomen
Langs de Fliertseweg wordt een bomenlaan van Quercus robur (Zomereik 12-14) aangeplant. De plantafstand is 10 meter. Op diverse plaatsen komen solitaire bomen (Zomereik). Ter hoogte van de ijsbaan blijft de huidige knotbomenstructuur gehandhaaft en in noordelijke richting voortgezet (Schietwilg)

3.5.5 Hagen
De hagen op het landgoed bestaan uit de streekeigen soort Fagus sylvatica (Beukenhaag). Ze worden circa 2 meter hoog waardoor het een sterk leidend element wordt in het landschap. De dubbele rijen beukenhaag worden aange-bracht in driehoeksverband met een plantafstand van 0.5 meter tussen de rijen en 0.5 meter in de rij (zie referentiebeeld 6).

3.6 Inrichtingsaspecten natuurzone

3.6.1 Moeras en ruigte
Zoals eerder vermeld gaan aan de zuidzijde van het landgoed de bospercelen over in een natuurzone langs de Fliertsebeek. Deze natuur-zone is van de beek gescheiden door een kade. Daarachter zal door aanpassing van het reliëf (grondverzet) een overgang worden aangelegd van nat (laag) naar droog (hoog). Hiermee ontstaan goede mogelijkheden voor ecologische gradiënten. De zone zal verschillende groene elementen bevatten: moeras, ruigte en struweel (zie streefbeeld natuurzone). De natuurzone zal zich doormiddel van een natuurlijke successie ontwikkelen (zie beheerplan voor meer informatie).