referentiebeeld | meubilair, larikshout en roestvrij staal

centrale voorplein van het nieuwe landhuis en de voorruimte van de hoeve Roodselaar. De centrale assen op het landgoed zijn niet verlicht. De verlichting wordt geïntegreerd in de bebouwing en/of voor de bebouwing aangebracht. Een gedetailleerd plan voor de verlichting op het landgoed wordt nader uitgewerkt door de architect.
De trappen zijn aangebracht om het hoogteverschil van het centrale plateau naar het bosperceel te kunnen overbruggen De trappen worden uitgevoerd in beton standaard grijs en overbruggen een hoogteverschil van ongeveer 0,5 - 1 meter (optrede 20 cm en aantrede 40 cm). De trap heeft een breedte van 2,5 meter.
Hekwerken worden op twee verschillende plekken op het landgoed geplaatst. Ter hoogte van het onderhoudspad langs de Fliertsebeek en rond de parkeerplaats bij de hoeve Roodselaar.
De hekwerken zorg voor een afscherming van ruimtes. Belangrijk is dat voor beide locaties een kenmerkend hekwerk wordt geplaatst met een maximale hoogte van 1.2 meter.

3.5 Inrichtingsaspecten houtopstanden

De massa op het landgoed wordt gevormd door het nieuwe landhuis en de aan te brengen houtopstanden. De houtopstanden bestaan uit verschillende terreintypen waaronder leembos, geriefhoutbos en hagen.

3.5.1 Leembos
In het landgoed ligt het accent op kleine eenheden bos afgewisseld door open ruimten. Aan de zuidzijde van het landgoed gaan de bospercelen over in een natuurzone langs de Fliertsebeek.

 

Het bostypen bestaat uit een overgang van het Elzen-eikenbos (nat) naar Wintereiken Beukenbos (vochtig/droog). Kenmerkende hoofdboomsoort zijn Els, Eik en Beuk, die van nature voorkomen op de grondslag van het gebied. Op den duur zal zich spontaan een struikbegroeiing ontwikkelen binnen het bos waardoor de variatie zal toenemen (zie streefbeeld leembos).

Soort (Boomlaag)
Alnus glutinosa (Zwarte els)
Betula pubescens (Zachte berk)
Fagus sylvatica (Beuk)
Quercus robur (Zomereik)
Prunus avium (Zoetekers)

Mengverh.
15 %
10 %
25 %
30 %
20 %

De beplanting wordt geplant in een regelmatig driehoeksverband met een plantafstand van 1.5 meter tussen de rijen en 2 meter in de rij.

3.5.2 Randen (Mantelzone)
Langs de randen van het leembos met uitzondering van de natuurzone Fliertsebeek en de randen langs het buitengebied worden geaccentueerd door een beplanting met Rododendrons (Rhododendron ponticum). De randen zorgen voor een strakke overgangen van bos naar open ruimten en versterken de overgang van het natuurlijke bos en de nette verzorgde inrichting van het landgoed. De rododendrons worden geplant in twee rijen met een plantafstand van 1,5 meter (driehoeksverband). De bosrand langs de Fliertsebeek heeft een brede mantelzone. De mantel-zone bestaat uit en natuurlijke overgang van bos naar grasland bestaande uit inheemse struiken, ruigte en inheemse kruiden. De mantel wordt voor 70 procent beplant met struiken en enkele boomvormers