technische detail ontsluitingsstructuur | verharding   referentiebeeld 1 | verharding

3.1.3 Bos en natuur

In het landgoed ligt het accent op kleine eenheden bos met hoofdzakelijk Beuk, Eik en Els, afgewisseld door open ruimten. Aan de zuidzijde van het landgoed gaan de bospercelen over in een natuur-zone langs de Fliertsebeek.

Langs de Fliertsebeek wordt een zone ingericht voor natuur. Deze zone is van de beek gescheiden door een kade. Daarachter zal door het aanpassing van het reliëf een overgang worden gerealiseerd van laag/nat naar hoog/droog. De bestaande bovengrond wordt circa 1 tot 1.5 meter afgegraven over een breedte van 10 meter langs de kade. De overgangszone van het moeras naar het bosperceel bestaat uit een talud van 1:25. Hierdoor ontstaan natuurlijke gradiënten met hoge ecologische kwaliteiten. De zone zal verschillende begroeiingen bevatten, zoals open ruigte, schraalgrasland en struweel. Met deze inrichting en het specifieke beheer zal deze zone een versterking - steppingstone - vormen voor de ecologische verbindingszone nr. 28 (inrichtingsmodellen Vuurvlinder en Kamsalamander; Groene Connecties, provincie Gelderland). De belangrijke fauna-doelsoorten van deze modellen zijn Kamsalamander en Ringslang.

3.1.4 Schaatsbaan
Langs de Fliertseweg ligt sinds het begin van de 20e eeuw een schaatsbaan. Deze wordt nog regelmatig gebruikt. Dit cultuurhistorisch element bestaat uit drie onderdelen:
• een open weiden met kade dat onder water kan worden gezet;
• een waterleiding met pomp vanaf de Fliertsebeek;
• een gebouw met kantine en kleedruimte.

 

Het zeer karakteristieke gebouwtje is dringend aan een ingrijpende renovatiebeurt toe. De eigenaar hoopt dat de gemeente Ede hierbij ondersteuning zal bieden. De schaatsbaan wordt in het landschapsontwerp met bestaande kenmerken in stand gehouden.

3.2 Recreatieve toegankelijkheid en ontsluiting

Het landgoed is openbaar toegankelijk door een stelsel van verharde en onverharde wandelpaden.Binnen het landgoed is de centrale as de drager van de padenstructuur. De as doorsnijdt het gehele landgoed. Eenvoudige follies markeren de uiteinden van daaruit zijn er visuele relaties met het omringende landschap. Vanaf de as leiden paden de verschillende bospercelen in; èèn daarvan doorsnijdt de bebouwing van het nieuwe landhuis. Het landgoed is ontsloten naar de Fliertseweg, de Grebbeliniedijk en de Zwetselaarseweg. De paden houden voldoende afstand van de natuurzone om de verstoring te beperken. Op diverse plaatsen zijn er zichtlijn gecreëerd in de richting van de natuurzone en de Fliertsebeek. Het uitgangspunt voor de vormgeving van de infrastructuur is gebaseerd op een functionele, sobere maar toch stijlvolle inrichting.
Het landgoed wordt ontsloten middels twee op elkaar aansluitende structuren:
• de hoofdontsluitingsstructuur;
• de wandelstructuur.